1 tot 3 jaar
Een peuter heeft nog geen idee wat een tandarts is, en dat is een voordeel. Er is nog geen angst om weg te nemen, alleen iets nieuws om te leren kennen. Op deze leeftijd is een eerste bezoek vaak niet meer dan even in de stoel zitten, op schoot bij jou, terwijl de tandarts kijkt en de tandjes telt.
Wat je kunt zeggen: houd het bij een of twee zinnen die je vaak herhaalt. Wij gaan naar de tandarts. De tandarts kijkt naar je tanden. Mond open, en tellen maar. Meer hoeft niet. Peuters begrijpen de wereld via herhaling en via jou: als jij ontspannen bent, is het gewoon een uitje.
Wat je beter niet doet: uitleggen wat er allemaal kan gebeuren. Dat komt nog vroeg genoeg en een peuter kan het niet plaatsen. Beloof ook geen cadeau vooraf; dan wordt het bezoek een ruil, en dat maakt het juist groter.
Wat het verhaal doet: het verhaal voor een peuter is kort, met veel herhaling en weinig spanning. Je kind gaat in het verhaal naar de tandarts, doet de mond open, de tandarts telt, klaar. Lees het een paar keer voor in de dagen voor de afspraak. Op de dag zelf kun je zeggen: net als in het verhaal.

