Voorleesverhaal op maat

Een voorleesverhaal over de tandarts waarin jouw kind de held is

Een eerste bezoek aan de tandarts is voor veel kinderen spannend: een vreemde stoel, een lamp, iemand die in je mond kijkt. Een verhaal waarin je kind zelf de held is, maakt van iets onbekends iets dat je al een keer hebt meegemaakt. Hieronder lees je wat je per leeftijd kunt zeggen, wat je beter niet belooft, en wat het verhaal doet.

Geen creditcard nodig · Meestal klaar in drie tot vijf minuten, we mailen je

Een meisje met rode vlechten zit doodstil in de tuin en ademt rustig door haar neusEen moeder knielt naast haar dochter in de tuin en legt iets uit

Illustraties uit echte verhalen van Kinderverhalenmaken.nl.

Wat je kunt zeggen, per leeftijd

1 tot 3 jaar

Een peuter heeft nog geen idee wat een tandarts is, en dat is een voordeel. Er is nog geen angst om weg te nemen, alleen iets nieuws om te leren kennen. Op deze leeftijd is een eerste bezoek vaak niet meer dan even in de stoel zitten, op schoot bij jou, terwijl de tandarts kijkt en de tandjes telt.

Wat je kunt zeggen: houd het bij een of twee zinnen die je vaak herhaalt. Wij gaan naar de tandarts. De tandarts kijkt naar je tanden. Mond open, en tellen maar. Meer hoeft niet. Peuters begrijpen de wereld via herhaling en via jou: als jij ontspannen bent, is het gewoon een uitje.

Wat je beter niet doet: uitleggen wat er allemaal kan gebeuren. Dat komt nog vroeg genoeg en een peuter kan het niet plaatsen. Beloof ook geen cadeau vooraf; dan wordt het bezoek een ruil, en dat maakt het juist groter.

Wat het verhaal doet: het verhaal voor een peuter is kort, met veel herhaling en weinig spanning. Je kind gaat in het verhaal naar de tandarts, doet de mond open, de tandarts telt, klaar. Lees het een paar keer voor in de dagen voor de afspraak. Op de dag zelf kun je zeggen: net als in het verhaal.

4 tot 6 jaar

Kleuters begrijpen al goed wat er gaat komen, en juist daarom kunnen ze zich er zorgen over maken. Ze hebben misschien iets opgevangen op school, of ze vullen zelf in wat er in die grote stoel gebeurt. De beste voorbereiding is eerlijk en concreet: wat gebeurt er, in welke volgorde, en hoe lang duurt het.

Wat je kunt zeggen: de stoel gaat omhoog en achterover, net een schommel. Er komt een lampje aan zodat de tandarts goed kan kijken. De tandarts telt je tanden met een spiegeltje. Soms voel je een beetje kietelen. Jij mag alles vragen. Kleuters vinden het fijn als ze iets te doen hebben: een knuffel meenemen die ook in de stoel mag, of zelf bijhouden hoeveel tanden er geteld zijn.

Wat je beter niet belooft: dat het niet vervelend is. Je weet niet wat de tandarts vindt. Zeg liever dat jij erbij blijft en dat de tandarts alles vertelt voordat hij of zij het doet. Vertel ook niet over je eigen slechte ervaringen, hoe grappig bedoeld ook.

Wat het verhaal doet: in het verhaal is je kind de held die iets spannends aandurft. Het verhaal noemt de stoel, de lamp en het spiegeltje, zodat die dingen op de dag zelf herkenbaar zijn. Er is een klein moment van twijfel en een goede afloop, zonder overdrijving. Kinderen van deze leeftijd willen het verhaal vaak nog een keer, en dat is precies de bedoeling.

7 en 8 jaar

Een kind van zeven of acht heeft meestal al ervaring met de tandarts, en soms is dat precies het probleem: het weet wat er komt, of het heeft een keer een vervelende behandeling gehad. Angst op deze leeftijd is vaak specifiek. Vraag daarom eerst wat je kind precies spannend vindt, en luister zonder meteen te sussen.

Wat je kunt zeggen: erken dat het spannend is. Je mag dat spannend vinden, dat is normaal. Leg uit dat je kind zelf iets kan doen: een hand opsteken als het even wil pauzeren, en de tandarts stopt dan. Spreek dat ook echt af met de tandarts, hardop, in de behandelkamer. Bespreek een manier om rustig te blijven: langzaam uitademen, of in gedachten iets tellen.

Wat je beter niet belooft: dat er deze keer niets gedaan wordt, als je dat niet zeker weet. Een gebroken belofte maakt de volgende keer moeilijker. Vermijd ook flink zijn als eis. Een kind dat bang is en toch gaat, is al flink.

Wat het verhaal doet: op deze leeftijd mag een verhaal een echt probleem hebben. Je kind speelt de hoofdrol, ziet ergens tegenop, bedenkt zelf een plan en voert het uit. De afspraak met de hand opsteken kan een rol krijgen in het verhaal, zodat je kind het op de dag zelf al eens geoefend heeft. Lees het samen en praat er daarna even over: wat deed de held, en wat zou jij doen.

9 tot 12 jaar

Oudere kinderen willen niet gepaaid worden, en een verhaal dat te kinderachtig is werkt averechts. Toch kan een verhaal juist nu helpen, omdat het iets bespreekbaar maakt zonder dat het meteen over je kind zelf gaat. De tandarts is op deze leeftijd vaak minder eng dan het gevoel geen controle te hebben, of de schaamte over een gaatje of over slecht poetsen.

Wat je kunt zeggen: behandel je kind als iemand die informatie aankan. Vertel wat er gaat gebeuren en waarom, en geef ruimte voor vragen. Als je kind bang is voor een behandeling, vraag dan of het zelf met de tandarts wil bespreken hoe het rustig kan blijven. Dat geeft regie. Kinderen van deze leeftijd laten het vaak niet zien als ze ergens mee zitten; een verhaal of een terloopse vraag in de auto is soms een makkelijker ingang dan een gesprek aan tafel.

Wat je beter niet doet: het bagatelliseren. Een zin als stel je niet aan sluit het gesprek. En maak van een gaatje geen verwijt; dat helpt niet bij het poetsen en maakt de tandarts alleen maar beladener.

Wat het verhaal doet: voor deze leeftijd wordt het verhaal spannender en langer, met een held die iets moet oplossen en een eigen stem heeft. Je kind kan zelf meebepalen waar het over gaat; zet dat in de omschrijving bij het maken van het verhaal. Sommige kinderen lezen het liever zelf, en dat is prima.

Kort samengevat

  • Speel het thuis na: jij bent de tandarts, je kind de patiënt, en daarna andersom. Tel de tanden hardop.
  • Gebruik de woorden die de tandarts ook gebruikt: kijken, tellen, poetsen. Vermijd woorden als boren, prikken of pijn, ook in geruststellende zin.
  • Plan de afspraak op een rustig moment van de dag, niet vlak voor het slapen of na een lange schooldag.
  • Beloof niet dat er niets gaat gebeuren. Zeg wat er wel gaat gebeuren, en dat jij erbij bent.

Vanavond een verhaal over de tandarts?

Vul de naam, de leeftijd en de lievelingsdingen van je kind in. De omschrijving voor dit onderwerp staat al klaar. Het eerste verhaal is gratis, met illustraties en voorleesstem.

Maak het gratis verhaal over de tandarts