1 tot 3 jaar
Een peuter gaat nog niet naar school, maar de eerste ochtend op de opvang of de peuterspeelzaal voelt voor jullie allebei precies zo. Het grote thema is niet de plek, maar het afscheid: gaat papa of mama weer weg, en komt die terug.
Wat je kunt zeggen: heel weinig, en steeds hetzelfde. Mama gaat werken. Jij gaat spelen. Mama komt terug. Zeg het thuis, in de auto en bij de deur, in dezelfde woorden. Peuters onthouden geen uitleg, wel een ritme. Een vast afscheidsritueel helpt: een kus op de hand, zwaaien bij het raam, en dan echt gaan.
Wat je beter niet doet: stiekem wegglippen als je kind even afgeleid is. Dat lijkt makkelijker, maar de volgende keer laat je kind je niet meer los. Blijf ook niet hangen na het afscheid. Huilen bij de deur is normaal en stopt meestal kort nadat je weg bent; vraag gerust aan de leiding hoe lang het duurde.
Wat het verhaal doet: een verhaal voor een peuter is kort en herhaalt. Je kind gaat spelen, doet iets leuks, en dan komt papa of mama terug. Elke keer weer. Dat laatste is het belangrijkste woord in het hele verhaal. Lees het in de week ervoor een paar keer voor, het liefst op een rustig moment overdag.

